Naaldvilten (of droog vilten) is een techniek waarbij je losse wol herhaaldelijk doorprikt met een speciale naald met kleine weerhaakjes. Die haakjes trekken de vezels in elkaar, zodat de wol steeds vaster en kleiner wordt tot een stevige vorm.
Wat heb je nodig?
Het mooie aan naaldvilten is dat de startset klein en betaalbaar is. Je kunt aan de keukentafel of in de zetel werken en alles past in een schoenendoos.
- Viltnaalden in minstens twee diktes.
- Een ondergrond: een schuimblok of een borstelmat.
- Wol: kaardwol voor de kern en eventueel merinolont voor de buitenlaag.
- Vingerbeschermers van leer of siliconen.
- Optioneel: een naaldhouder voor meerdere naalden tegelijk en een schaartje.
Viltnaalden: maten en vormen
Viltnaalden hebben een maatnummer (gauge). Hoe hoger het getal, hoe fijner de naald. Grofweg geldt:
| Maat | Soort | Gebruik |
|---|---|---|
| 32–36 | Grof | Snel vormen, de kern stevig maken |
| 38 | Medium | Algemeen werk, details vormen |
| 40–42 | Fijn | Afwerken, kleine details, gladde oppervlakte |
Ook de vorm van de naald speelt mee. Een driekantige naald (triangel) is de klassieker: drie randen met weerhaakjes. Een sternaald heeft vier randen en dus meer haakjes per prik, waardoor je sneller vilt. Er bestaan ook gedraaide (spiraal)naalden en omgekeerde naalden, die vezels juist naar buiten trekken voor een pluizig effect. Als beginner heb je genoeg aan driekantige naalden in een grove en een fijne maat.
Schuimblok of borstelmat?
Je prikt nooit op een harde tafel, want dan breekt de naald. Een schuimblok is goedkoop en zacht, maar slijt en kan kruimels in je werk achterlaten. Een borstelmat met stevige nylon borstelharen gaat langer mee en laat de naald er soepel in glijden. Draai je werkstuk regelmatig, anders vilt het vast aan de ondergrond.
Welke wol kies je?
Kaardwol is gekaarde wol waarbij de vezels kriskras door elkaar liggen. Ze vervilt snel en is ideaal voor de kern van een figuurtje. Merinolont is gekamde wol met lange, parallelle vezels. Ze is zacht en geeft een mooie, gladde buitenlaag in heldere kleuren. Veel vilters maken daarom de kern in goedkopere kaardwol en werken af met een dun laagje merino.
Werk met kleine plukjes tegelijk. Een grote prop wol is moeilijk te controleren en wordt vaak ongelijk.
Basistechnieken
- Oprollen: rol een pluk kaardwol strak op tot een balletje of rolletje. Hoe strakker je rolt, hoe minder je moet prikken.
- Recht in, recht uit: prik de naald in dezelfde hoek in en uit. Zijdelings buigen is de belangrijkste reden waarom naalden breken.
- Draaien en prikken: draai je vorm na elke paar prikken, zodat hij gelijkmatig vervilt.
- Toevoegen: leg een nieuw plukje op de plek waar je volume wil en prik het vast aan de randen.
- Afwerken: gebruik op het einde een fijne naald en ondiepe prikjes voor een glad oppervlak.
Veilig naaldvilten
Viltnaalden zijn vlijmscherp en de weerhaakjes maken een prik extra vervelend. Een paar gewoonten helpen:
- Draag vingerbeschermers op de vingers die de wol vasthouden.
- Kijk naar je naald, ook als je in gesprek bent.
- Bewaar naalden in een doosje of naaldhouder, buiten bereik van kinderen en huisdieren.
- Gooi gebroken naaldpunten weg in een afgesloten potje.
Voor jonge kinderen is nat vilten met warm water en zeep een veiliger alternatief. Meer over ambachten voor elke leeftijd lees je in de handwerkgids.
Eerste project: een vilten Wubbeloqtje
Een eivorm is een dankbare eerste vorm, en het vilten Wubbeloqtje is daar een mooi voorbeeld van. Het Wubbeloqtje is een klein eivormig wiebelfiguurtje van 6 tot 9 cm dat na elke duw terug rechtop komt. Zo pak je het aan:
- Rol een stevig ei van kaardwol en vilt het met een grove naald tot het niet meer indeukt.
- Maak de onderkant, de wieg, extra rond en compact. Voor meer gewicht verwerken veel makers een verzwaring in de kern, goed ingesloten door wol.
- Werk de buitenkant af met een dun laagje merinolont in de kleur van je keuze. Blauw staat traditioneel voor rust, geel voor vrolijkheid.
- Prik met een fijne naald twee kleine stipjes als ogen. Zoals bij elk Wubbeloqtje: geen mond, want het zwijgende gezichtje staat voor luisteren.
Welke verzwaring en wolsoorten je best gebruikt, lees je bij de materialen voor een Wubbeloqtje. Het uitgebreide stappenplan staat op zelf een Wubbeloqtje maken. Maak je het voor een baby, kijk dan eerst naar de tips over speelgoedveiligheid: kleine onderdelen en losse vulling horen niet in babyspeelgoed.
Veelgestelde vragen
Welke viltnaald heb ik nodig als beginner?
Een grove naald (bijvoorbeeld maat 36) voor het vormen en een fijnere naald (38 of 40) voor de afwerking. Een driekantige naald is de meest gangbare basis.
Wat is het verschil tussen kaardwol en merinolont?
Kaardwol heeft vezels in alle richtingen en vervilt snel, ideaal voor de kern. Merinolont heeft gekamde, parallelle vezels en geeft een zachte, gladde buitenlaag.
Is naaldvilten geschikt voor kinderen?
De naalden zijn heel scherp, dus alleen voor oudere kinderen onder begeleiding, met vingerbeschermers. Jonge kinderen kunnen beter nat vilten. Tips vind je bij Wubbeloqtjes en kinderen.
Kan ik een Wubbeloqtje vilten?
Ja. Een vilten Wubbeloqtje is een populair eerste project, omdat de eivorm eenvoudig is en je leert werken met een verzwaarde voet.